Hoeveel garen heb ik nodig voor…

Hoeveel garen heb ik nodig voor een trui, deken of een ander project, is een vraag die ik met regelmaat krijg. Deze vraag is helaas niet zo makkelijk te beantwoorden. Er zijn zoveel verschillende patronen en garens. En zelfs met dezelfde naalddikte kan het nog per garen verschillen. Een project met een gebreide tricotsteek, heeft minder garen nodig dan bijvoorbeeld dezelfde trui en garen in een ribbelsteek of een ander patroon.

Wanneer je bijvoorbeeld garen hebt van 150 meter looplengte voor naald 3, dan kun je een eenvoudige trui maat 38 breien met 10 bollen garen. Maar brei je bijvoorbeeld patentsteek of kabels, dan heb je al gauw een bol of 4 extra nodig, die patronen verbruiken namelijk meer garen. Brei je een korte trui dan heb je aan 8 bollen genoeg, wil je een lange trui dan kun je er wel 12 bollen voor nodig hebben.

Het etiket

Een eerste indicatie van het verbruik van een garen staat op het etiket. Op vrijwel ieder etiket staat een hoeveelheid die nodig is voor een normaal model trui in tricotsteek in een bepaalde maat. Als je jezelf dus de vraag stelt: Hoeveel garen heb ik nodig voor…, dan moet je eerst het etiket lezen.

Hoeveel garen heb ik nodig voor
Hoeveel garen heb ik nodig voor….

Zoals op dit voorbeeld is te lezen dat het garen verwerkt wordt met naald 3. En dat dit bolletje een looplengte heeft van ongeveer 210 meter. In het plaatje van het truitje wordt aangegeven dat voor een trui van maat 42 er 6 bollen van dit garen nodig zijn. De aangegeven hoeveelheid voor een trui gaat uit van tricotsteek. Tricotsteek is een vrij zuinige steek. Een ribbelsteek neemt meer garen, ongeveer een derde meer. Voor kabels en andere fantasiesteken wordt wat lastiger. 

Naast de gebruikte steken, speelt ook de naalddikte of het losser of vaster breien een rol. Als we dit bolletje weer als voorbeeld nemen. Dan wordt er 6 bollen aangegeven voor een normaal model trui in tricotsteek in maat 42. Voor die 6 bollen wordt er wel van uit gegaan dat er op naald 3 gebreid wordt. En dat de stekenverhouding zoals op het etiket staat wordt aangehouden. Brei je bijvoorbeeld op een naald 4 en kom je op een stekenverhouding van 25 steken op 10 cm in plaats van 28 steken, dan zal je garen overhouden. Zeker bij een ribbelsteek kan het verschil erg groot zijn.

Proeflapje

Ook hierom is het belangrijk altijd een proeflapje te maken. Het proeflapje moet dan gebreid worden volgens de aangegeven stekenverhouding. Anders loop je niet alleen het risico dat je trui te groot of te klein wordt. Maar daarnaast ook het risico dat je wol te kort komt of juist veel over houdt. Is je proeflapje te klein met het juiste aantal steken, dan brei je vast. Een grotere naald kun je dan proberen. Is het juist andersom en is je proeflapje te groot met het juiste aantal steken en naalden, dan brei je los. Dan zou je dus een kleinere naald kunnen proberen.

Zoals bij het breien de standaard de tricotsteek is, is voor haken de standaard vasten. Het proeflapje wat op de banderol staat is dan voor het aantal steken en toeren met vasten. Alhoewel er ook aangegeven wordt dat een haakwerk van vasten ongeveer een derde meer garen nodig heeft dan op de banderol aangegeven staat.

Meten is weten

Om op het juiste aantal grammen uit te komen wat je nodig hebt, zou je het proeflapje kunnen wegen en uitrekenen hoeveel gram je dan dus nodig hebt. Dit is makkelijk als je bijvoorbeeld een deken gaat maken van allemaal vierkantjes. De vraag: Hoeveel garen heb ik nodig voor… is dan makkelijk te beantwoorden.

Als je een leuk patroon hebt, maar je wilt ander garen gebruiken, dan is het slimmer om te kijken hoeveel meter garen je nodig hebt, in plaats van hoeveel gram. Met name als het garen geschikt is voor dezelfde maat naald als het patroon aangeeft.
Bijvoorbeeld in het patroon staat dat er in totaal 4 bollen van 50 gram, dus 200 gram garen nodig is. Het is dan belangrijk om te weten wat de looplengte van 1 bol van het originele garen is. Zodat je kunt uitrekenen hoeveel meter er in totaal nodig is. Vervolgens kun je nagaan hoeveel meter er op een bol garen zit van het garen wat je wilt gebruiken. En kun je dus eenvoudig uitrekenen hoeveel bollen je nodig hebt.

Oude wijsheid

Mijn moeder breit zowat al haar hele leven. Zij heeft in haar hoofd zitten hoeveel zij gemiddeld nodig heeft voor een trui, gebreid in tricotsteek en op pen 3/3,5 mm. Met regelmaat heb ik haar dus de vraag ‘hoeveel garen heb ik nodig voor’ gesteld. Zij geeft aan dat voor een babytruitje er gemiddeld 100 tot 150 gram nodig is. Voor een kindertruitje maat 104/110 gemiddeld 250 gram en voor een trui voor volwassenen zo ongeveer 600 gram.
Toen ik haar hier naar vroeg, kwam ze wel meteen ook met de opmerking dat dit echt gemiddelden zijn. Dat het allemaal afhangt van het soort garen, dik of dun, en het aantal meters op de bol, enzovoort. En dan komen we toch weer op bovenstaande uit.

Mocht je nog vragen hebben, dan ben je altijd welkom om te bellen of te mailen.

Deel dit bericht

Reactie (1)

  • Corrie v Iperen Antwoord

    Helemaal mee eens, het is moeilijk in te schatten wat je precies nodig hebt voor brei of haakwerk.
    Een proeflapje is echt belangrijk ivm de met de dikte van brei of haakpen die je gebruikt. Maak er geen stijve plank van. Het moet soepel blijven en het scheelt dan ook weer in het aantal bollen wol. Succes.

    29 september 2019 bij 22:45

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *